< vorige  |  volgende >  |  INDEX

SPECIAAL


Maanbrein

Perry Rhodan – de grootste science-fiction avonturenreeks in Nederland en België


SPACE SATELLIET SPEL - een Nederlands Perry Rhodan spel gepresenteerd in SPACE STORY (uitgebracht 1977)

Idee en ontwerp: Raymond Donkersloot (pseudoniem van Robert A. J. Zielschot)

Illustraties: Tais-Teng


Met dank aan Marcel van Dongen uit Den Haag die dit spel belangeloos beschikbaar stelde voor deze website.


De oude speelkaarten zijn aan beide zijden gescand en opnieuw dubbelzijdig samengsteld in een paginaopmaak programma.

Onderstaande pdf's bevatten dus twee pagina's die je dubbelzijdig moet afdrukken voor een speelkaart met een afbeelding aan beide zijden.

Voor stevige speelkaarten is het aanbevolen om minimaal 100 grams glad papier te gebruiken.


De zes soorten speelkaarten, genummerd van 1 t/m 6, kunnen worden gedownload via deze website als pdf's:

1_Spacess_raketaanval_kaarten.pdf (180 KB)

2_Spacess_embleem_kaarten.pdf (355 KB)

3_Spacess_Antares_kaarten.pdf (890 KB)

4_Spacess_Sol_kaarten.pdf (850 KB)

5_Spacess_Deneb_kaarten.pdf (860 KB)

6_Spacess_Wega_kaarten.pdf (845 KB)



Hieronder staat de oorspronkelijke aankondiging van het spel en ook de instructies en spelregels. Helemaal onderin staan afbeeldingen van het oorspronkelijke SPACE SATELLIET SPEL boekje en de speelkaarten.



INLEIDING.

In dit en de drie komende nummers van SPACE STORY zult u op de binnenpagina's een bijvoegsel aantreffen die 16 tweezijdig bedrukte kaarten per aflevering bevat. Deze, in totaal 64 kaarten, vormen een compleet science fiction-spel voor 2-4 personen dat de redactie van SPACE STORY u gratis aanbiedt.


====================


Voordat u met het spel kunt beginnen, dient u eerst alle 64 kaarten netjes uit te knippen. Zodra u dat gedaan hebt, is uw science fiction-spel klaar voor gebruik.


DE BENODIGDHEDEN.

Om dit spel te kunnen spelen heeft u het volgende nodig:

* 64 speelkaarten

* 1 dobbelsteen

* een vlakke ruimte om de kaarten op te kunnen leggen (bijv. een tafelblad)


HET SPEELBORD.

Schudt de 64 kaarten goed en leg ze een voor een van links naar rechts en van boven naar beneden in acht rijen van acht kaarten elk. De kaarten moeten onderling tegen elkaar liggen zodat er nu een vierkant is ontstaan met een lengte en een breedte van acht kaarten (eigenlijk is het meer een rechthoek dan een vierkant omdat de kaarten langwerpig zijn).

Bij het neerleggen moet men er voor zorgen dat men ze legt in de volgorde waarmee ze telkens van het kaartdek worden afgenomen. Tevens moet men er voor zorgen dat alle SPACE STORY EMBLEMEN en RAKETAANVALLEN (dit zijn kaarten met een startende raket op een kant) naar onderen gekeerd liggen.

Commentaar: de ANTARES, SOL, DENEB en WEGA sterrenimperium kaarten worden met de afbeelding van de planeten naar boven neergelegd (toevoeging van de beheerder van deze website).


Als men het speelbord nu bekijkt dan zal men bemerken dat er vier sterrenimperiums door elkaar over het gehele bord heen verspreid liggen, nl. de sterrenimperiums ANTARES, SOL, DENEB en WEGA. Een sterrenimperium bestaat uit een hoofdplaneet (dit is een grote planeet waaronder een van de vier boven vermeldde namen staat) en acht koloniale planeten (dit zijn kleine planeten die er exact hetzelfde uitzien als de hoofdplaneet maat genummerd zijn van 1 t/m 8).

Bovendien bevinden zich ergens in het speelbord een nova (herkenbaar als een laaiende zon) en een komeet (herkenbaar aan zijn staart).

Het zojuist hierboven beschreven speelbord is voor vier personen. Als men het spel echter met drie personen wil spelen dan moet men alle kaarten van het sterrenimperium DENEB omkeren, zodat deze kaarten nu slechts een onderdeel uitmaken van de sterrenruimte en het sterrenimperium als speelobject is verdwenen.

Bij twee spelers moet men ook nog alle kaarten van het sterrenimperium WEGA omkeren.

Een kleine tip: het spel is het spannends als men het met vier personen speelt.


HET SPEL.

Voordat men het speelbord neerlegt, moeten de spelers onderling reeds besloten hebben wie welk sterrenimperium toegewezen krijgt.

Elke speler gooit nu eenmaal met de dobbelsteen, diegene die het hoogst gooit begint.

De speler die nu aan de beurt is mag één van zijn eigen kaarten (d.w.z. één van de kaarten waarop een planeet van zijn sterrenimperium staat afgebeeld) een plaats opschuiven. Dit doet hij door de aangrenzende kaart weg te halen en zijn eigen kaart daarvoor in de plaats te leggen.

De kaart die hij heeft weggenomen mag alleen een sterrenkaart of een koloniale planeet van een tegenstander zijn. Men mag dus nooit de nova, de komeet, de hoofdplaneet van een tegenstander of een eigen planeet verwijderen. Bovendien mag men ook niet de koloniale planeet van een tegenstander wegnemen als deze tegen diens eigen hoofdplaneet aanligt.

Een regel moet men bijzonder goed onthouden: de hoofdplaneet mag gedurende het gehele spel slechts vijf maal verschoven worden.

Als men bij de verschuiving een koloniale planeet van een tegenstander heeft verwijderd dan legt men deze kaart gewoon op de plaats waar eerst de kaart van de speler lag. Er is dus in feite niets anders gebeurd dan dat de twee kaarten zijn omgewisseld.

Als men bij de verschuiving echter een sterrenkaart heeft verwijderd dan kijkt men naar de achterkant van deze kaart. Ziet men op de achterkant het Space Story embleem of een planeet (dit laatste kan alleen voorkomen als men met twee of drie spelers speelt) gebeurt er niets en legt men de sterrenkaart weer in het gat in het bord, uiteraard weer met de sterrenruimte naar boven. Ziet men echter op de achterkant van de sterrenkaart een raket afgebeeld dan mag men een aanval op een vijandelijke planeet doen, of men mag een eigen planeet helpen. Dit doet men als volgt:


1. men wijst een willekeurige koloniale planeet van een tegenstander aan en zegt hierop een aanval te doen. Dan gooit men met de dobbelsteen. Als men een 1, 3 of 6 gooit is de aanval gelukt en haalt men de aangevallen koloniale planeet weg en legt daarvoor in de plaats de sterrenkaart met de sterrenruimte naar boven. De verwijderde koloniale planeet wordt nu op de plek gelegd waar normaal de sterrenkaart gelegd had moeten worden als hij geen aanval had gedaan.

Als men een 2, 4 of 5 gooit is de aanval mislukt en wordt de sterrenkaart op de plek gelegd waar de verschuivende kaart van de speler vandaan kwam.


2. men wijst een willekeurige koloniale planeet van het eigen sterrenimperium aan, en verklaart deze planeet te willen helpen. Als men met de dobbelsteen een 2 of een 5 gooit is de hulp gelukt en kan men zijn eigen koloniale planeet weghalen en op de plaats leggen waar de sterrenkaart heen zou moeten (zie de werkwijze bij punt 1). Gooit men een 1, 3, 4 of 6 dan is de hulp mislukt.


Bij een RAKETAANVAL moet men even op de volgende punten letten:

* men mag geen koloniale planeet van een tegenstander aanvaller als deze tegen zijn bijbehorende hoofdplaneet aanligt.

* men mag geen hoofdplaneten aanvallen.

* men mag geen eigen koloniale planeten helpen die reeds tegen de eigen hoofdplaneet aanliggen.

Aan het eind van zijn beurt moet de speler met de dobbelsteen gooien. Als hij een 1, 2 of 3 gooit gaat de komeet aan de wandel, d.w.z. hij schuift een plaatsje op in een richting die de persoon bepaald die rechts van de speler zit (we gaan ervan uit dat de volgorde van spelen kloksgewijze gebeurd). De twee kaarten verwisselen dus gewoon van plaats. Let op: hoofdplaneten kunnen niet door de komeet verschoven worden, maar wel koloniale planeten die aan hun eigen hoofdplaneet grenzen. De komeet is verplicht te verschuiven.


Gooit men echter in plaats van 1, 2 of 3 de getallen 4 of 5 dan gaat de nova zich bewegen. Wederom bepaalt de rechts van de speler zittende persoon waarheen de nova gaat. Ook de nova kan geen hoofdplaneten verschuiven, net zo min als dat de nova de komeet kan verschuiven of vice-versa.


Gooit de speler in deze worp echter een 6 dan ontploft de nova, d.w.z. alle acht de kaarten die zich om de nova bevinden worden uit het speelbord gehaald en bij de speler gelegd die de 6 gooide. Wanneer deze speler weer aan de beurt is geweest legt hij de kaarten, na het kaartdek goed geschud te hebben, van links naar rechts en van boven naar beneden in de aanwezige gaten. Dit doet hij echter aan het eind van zijn beurt.

Houdt even het volgende in de gaten:

* als de nova aan de rand van het bord ligt dan worden uiteraard minder kaarten uit het bord gehaald, omdat minder kaarten om de nova liggen.

* hoofdplaneten blijven op het bord liggen, ook al liggen ze midden in een ontploffing. Eventueel aangrenzende koloniale planeten worden wel uit het bord verwijderd.

* als een volgende speler een 6 gooit voordat de kaarten weer in het bord gelegd zijn en de nova is intussen nog niet verschoven, dan worden de kaarten die de vorige speler verkreeg door een 6 te gooien aan de nieuwe speler gegeven. Deze legt ze dan aan het eind van zijn volgende beurt in het bord, vermits niet weer iemand een 6 gooit.

* als iemand een 6 gooit maar de nova is inmiddels verschoven, dan krijgt de speler de kaarten die op dat moment om de nova liggen.

* de nova kan verschoven worden op lege plaatsen in zijn eigen gat. Alle andere kaarten kunnen niet in dit gat bewegen.

* de komeet wordt eveneens uit het bord gehaald als hij in een ontploffing terecht komt.


HET DOEL.

De speler die als eerste zijn acht kolonieplaneten om zijn

hoofdplaneet heeft gegroepeerd is de winnaar van het spel. Hierbij is het van geen belang dat de nummers niet op volgorde liggen (onder groeperen wordt verstaan dat de koloniale planeten een vierkant vormen van drie kaarten breed en drie kaarten lang, met in het midden hun bijbehorende hoofdplaneet).


© copyright 1977 by RAJ-PUBLICATIONS