< vorige | volgende > | INDEX | 🔍
Terraanse ruimteschepen – vloottender van de CAMELOPARDUS-klasse (Duits uitgave PR1995)
De CAMELOPARDUS-vloottender ontstond als parallelontwikkeling bij de nieuwe 800m-slagschepen van de NOVA-klasse en waren vanaf het begin speciaal ingericht aan de behoeftes van deze grootte ruimteschepen. Het oorspronkelijke ontwerp bestond uit een platform met een diameter van 2000 meter, met daaraan gekoppeld een verbindingsbrug van meer dan 1000m lengte en een bolvormige commandocel met een diameter van 500m. Deze 'girafnek' werd later opgegeven voor een statische stabiele cilindermodule, maar gaf toch de nieuwe tenderklasse haar naam.
Tot aan het moment dat de LVT-regering het vlootbouwprogramma voor de NOVA-ruimteschepen begrensde tot 50 stuks, waren er in totaal 8 CAMELOPARDUS-eenheden gereed gekomen of bevonden zich in een ver gevorderd stadium van constructie. De eenheden behielden de aanduiding CS1-8 en werden gestationeerd in de zogenoemde CS-centraalterminal - een 4 kilometer lang ruimtestation in de buurt van Alfa-Centauri.
Hun succesvolste beproeving beleefden de CAMELOPARDUS-tenders gedurende de Tolkander-crisis, toen ze honderden LVT-vlooteenheden repareerden die in de strijd tegen de egelschepen treffers hadden opgelopen. Sindsdien werden ze in grote aantallen gemoderniseerd en verbouwd, ondertussen beschikten ze over een capaciteit die elke gemiddelde ruimtewerf absoluut in de schaduw stelde. De CAMELOPARDUS-tenders waren in staat om alle ruimteschiptypes van de LVT-vloot - van de kleinere sloepen tot de grootruimteschepen van de NOVA-klasse (Ø 800 meter) - te onderhouden en te repareren. Bovendien konden ze met hun werfcapaciteit zelfstandig bolruimteschepen bouwen tot de grootte van zware kruisers (Ø 200 meter). Laatstgenoemde werd echter maar zelden uitgevoerd omdat dit de overige activiteiten van de tender hinderde.
Hoofdkenmerk van de verbouwing waren de torenachtige superstructuren met talrijke antennes en vormenergiewerpers op de 'bovenkant'. Ze bedienden het cirkelvormige werfdok waarvan de grootte een diameter heeft van 600m. Dit hoofdwerfdok was theoretisch in staat om bolruimteschepen tot en met een diameter tot 1500m te onderhouden. Sinds echter het project van een nieuw groot ruimteschip van de NEBULA-klasse was bevroren en de NOVA-eenheden maar zelden de hulp van de tenders nodig hadden werden ze gemodificeerd zodat ze in plaats daarvan ook een groep van kleinere ruimteschepen konden onderhouden. De 3 secundaire werfdokken (waarvan een op het hoogste punt aan de 'onderkant' van het werfmodule) waren berekend voor ruimteschepen tot en met 500m diameter, daarbij ook het reparatieplatform op de cilindermodule met 6 werfdokken voor ruimteschip tot en met 200m diameter. Aan de 'onderkant' bevonden zich bovendien nog 10 werfdokken voor eenheden tot 100m diameter. De werfmodule beschikte over een complete lopende band voor de bouw van sloepen tot de grootte van een 40m spacejet. Aan beide scheidslijnen tussen cilinder- en werfmodule bevonden zich aggregaatknooppunten met een uitwendig systeem van grootantennes en vormemergiewerpers. Deze dienden zowel voor de configuratie van het Grigoroff-schermveld in de hyperlichtvliegfase, alsook voor het oprichten van vormenergievelden voor de productie van grotere delen voor ruimtescheepsrompen. De tenderwand beschikte over in totaal 56 contactpunten voor wapenmodules. Deze konden daar tot hun gebruik worden opgeborgen, tevens voor de verdediging van de tender worden ingezet.
Voorstellen voor de verbouwing van CAMELOPARDUS-tenders tot langeafstandsruimteschepen of tot controle-moederschepen voor grotere verbanden van HOST-robotruimteschepen werden uitgesteld na de gebeurtenissen om de kosmische fabriek MATERIA. De nieuwbouw van 4 andere eenheden is gepland voor de reorganisatie de LVT-vloot. De tekening toont de CAMELOPARDUS-tender CS-5 'THETIS SEA' (S.N.C. 6-105-l) na zijn laatste modernisatie in het voorjaar 1291 NGT. Tijdens de Tolkandercrisis transporteerde deze meer dan 20.000 leden van het HERREACH volk naar het Melkweg-centrum, die de broedkosmos van der Tolkander vernietigden.
Tekening en tekst © Christoph Anczykowski
© VPM Verlagsunion Pabel Moewig KG, D-76413 Rastatt
Nederlandse vertaling van tekst en technische gegevens ©®nelis van den Ende

1995 plantekening © Christoph Anczykowski

1995 schema plantekening © Christoph Anczykowski
Algemeen:
Afmetingen: cilindermodule diameter max. 600m, lengte 1000m; landingsdek breedte 630m, lengte 1150m; werfmodule diameter 2000m, hoogte 400m. Aandrijving: 1 triple-metagraafmotor (acceleratie leeg/vol) 640-310 km/sec², hyperlicht-factor 52-19 miljoen), 2 hoofd- en 5 sub-antigravitatiemotoren. Energiesystemen: 3 hoofd- en 2 sub-hypertroopaftappers, 1 primair gravitraafreservoircomplex, 17 secundaire gravitraafreservoirs, 10 NUGAS- en 24 klein-kernfusienoodstroomcentrales. Bewapening defensief: vijfvoudig gelaagd paratronschermveld, drievoudig gelaagd HO-schermveld, 1 afstootscherm. Offensief variabel: 56 contactpunten voor gangbare wapenmodules, 4-5 standaard-korvetten 60m, 5-8 klein-korvetten 30m, 25 spacejets, 128 sloepen/reddingsboten (zeer variabel). Bemanning: ca. 300 man scheepsleiding en hooguit 2700 werfingenieurs & korvet- en sloepbemanningsleden.
Technische gegevens:
- Boegprojectorcomplex van de metagraafmotoren
- Gravitraafreservoir voor de aandrijving
- Metagraafhoofdmotor met Grigoroff-projectors
- Metagraafsubaggregaat, radio- en peilsystemen, bolvormige interne-commando- centrale (55 meter) met hoofdsyntroncomplex
- Verbindingsbrug tussen cilindermodule en reparatieplatform met sluizencomplex voor kleinere sloepen, beveiligingsscherm-projectors, gravitraaf-secundairreservoir en SPITTOCKS
- Voorste externe centrale van het reparatieplatform met communicatiesystemen
- reparatieplatform met 6 cirkelvormige werfdokken voor bolruimteschip tot en met max. 280m diameter met onafhankelijke productiecomplex
- Mobiele brugconstructie voor poortboog-grootoverbrenger voor transport van ruimteschepen tot max. 100m diameter, daarachter hoofdwerfdok voor grote bolruimteschepen (theoretisch tot en met 1500m diameter)
- Platform-tweelingtoren met projectoruitrustingssets voor landingsveldgenerators, trekstraal- en wapensystemen
- Controle- en stuurtorens van beide secundairwerfdokken
- Superstructuur van het hoofdwerfdok met werfcentrale, vormenergiewerpers, trekstraal- en boeiveld-projectors
- Cirkelvormig secundairwerfdok voor bolruimteschepen tot en met max. 500m diameter (in totaal drie stuks, een aan de onderkant van het werfmodule)
- Generators en projectorsystemen voor stootveldaggregaat, paratron- en HO-meerlaagsschermen
- Hoofdhypertroopaftapper (in totaal 3 stuks), daaronder machinehallen met robotproductiecomplex van het werfcomplex
- Opslagruimtes, reserveonderdelenmagazijn en robothangaars met laadsluis
- Antigravitatiehoofdmotor, secundaire metagraafmotor en gravitraafreservoir evenals werfaggregaat
- Noodgeval-centralecomplex met zes NUGAS- en twaalf kernfusiereactors (acht andere kernfusiereactors verdeeld over het werfplatform)
- Opslagruimtes van de cilindermodule en reparatievoorziening voor sloepen tot spacejet-grootte
- Primaire levensonderhoudsysteem, hydroponfabriek voor versvoedsel, recreatiecentrum met solarium evenals kwartieren voor bezoekers en sloepbemanningen
- Hangaars voor sloepen tot spacejet-grootte en voorraadmagazijn
- Machinedekken van de cilindermodule met secundaire hypertroopaftapper, gravitraafreservoir, antigravitatiemotor evenals gravitatieopwekking en versnellingsneutralisatoren
- Hoofdwoonsector van de bemanning met onafhankelijke levensonderhoudssystemen en beveiligingsschermgenerators
- Buitenwand van terkoniet-SAC-compositie met sensor- en projectiebanden, daaronder sluizen voor ruimtesondes en reddingsboten
- Impulsveldmodulators van de metagraafmotor voor stuurdoeleinde (vier stuks)
- Complex van grootantennes en vormenergiewerpers voor metagraafaandrijving en werfsector
- Sluisopening van de sloepenwerf voor ruimteschip tot spacejet-grootte
- Spacejet van de CVI-klasse (35 meter)
- Lichte kruiser van de NEO-STATEN-klasse (100 meter, aan de onderkant van de externe werfsector aangemeerd)
- Spoed koerierschip type PAVO-KOGGE (lengte 230 meter, breedte 100 meter)
- Vrachtspacejet type comet-buster (35 meter)
- Standaard spacejet (30 meter)
- Werfsloep type space-tug
- Bolvrachtruimteschip van de 70 meter klasse
- Escorte korvet (60 meter)
- Lichte kruiser van de NEO-PLANETEN-klasse (100 meter)
- Bolvrachtruimteschip
- Multifunctionele kruiser van de VESTA-klasse (100 meter)
- Zware kruiser van de PROTOS-klasse (200 meter).