< vorige  | volgende > |  INDEX  |   🔍

Reeks 2700 - 2799

38e cyclus – – HET ATOOPSE TRIBUNAAL

Maanbrein

Perry Rhodan – de grootste science-fiction avonturenreeks in Nederland en België


2701 • 2311    ONDER DE TECHNOKORST


Sinds de mensheid in het heelal doorgebroken is, heeft ze een opwindende geschiedenis vol afwisseling meegemaakt: de Terranen - zoals de leden van de verenigde mensheid zich noemen - hebben niet alleen sinds duizenden jaren de eigen galaxie verkend, ze zijn allang naar verre sterreneilanden doorgedrongen. Steeds weer stuiten Perry Rhodan en zijn metgezellen op ruimtevarende civilisaties - en op het spoor van kosmische machten die de gebeurtenissen in het universum beïnvloeden.

In het jaar 1514 nieuw galactische tijdrekening, dat volgens de oude tijdrekening met het begin van het zesde millennium overeenkomt, behoort de Aarde tot de liga van vrije Terranen. Duizenden zonnestelsels waarop mensen wonen hebben zich bij dit sterrenrijk aangesloten.

Maar uitgerekend de Maan, het dichtstbijzijnde hemellichaam, is voor de Terranen vreemd geworden. Sinds enkele jaren heeft hij zich in een afwijzend veld gehuld, het oppervlak is merkwaardig ontsierd. Wie erop zou willen komen riskeert zijn leven.

Perry Rhodan weet dat de Maan een bedreiging voor de Aarde vormt. Om het geheim op het spoor te komen bestaat er maar één plek: onder de technokorst ...


Perry Rhodan en zijn metgezellen zoeken naar het lunaire verzet en onderzoeken de geheimen van de vijand - als het een vijand is. Veel wijst daarop, maar zekerheid is er niet. Er is nog steeds teveel raadselachtig wat betreft de Onryonen. De schrijver van de het volgende deel is Marc A. Herren, die Perry Rhodan op zijn zoektocht naar de geheimen van de Maan begeleidt.


Oorspronkelijke titel: Unter der Technokruste

Auteur: Christian Montillon

Omslag: © Dirk Schulz

Illustratie intern (Duits exclusief): © Dirk Schulz/Horst Gotta

Nederlandse vertaling: Hans van der Schoor



Samenvatting: Perry Rhodan op de mismaakte Maan – hij vlucht voor de nieuwe meesters.


Locatie en tijdsruimte: Luna – 19–20 juni 1514 NGT (5101 na Chr.)


Hoofdpersonen: Perry Rhodan – De Terraan ziet de waterloze zee. Toufec – Pazuzu's meester bewijst zichzelf als waardevolle begeleider. Shanda Sarmotte – De mutante luistert naar geheimen op de Maan. Fionn Kemeny – De wetenschapper zoekt naar zijn plek in het team. Quinta Weienater – Een saboteur wordt aangehouden.



De STARDIVER wordt neergeschoten. Perry Rhodan en zijn begeleiders worden door Pazuzu, die ze tegelijkertijd beschermt tegen elke soort peiling, gered en naar het Maan-oppervlak gebracht. Per pulsgever activeert Rhodan de zelfvernietiging van de STARDIVER. Dus kunnen de Terranen de Maan voorlopig niet meer verlaten. Luna's gehele oppervlak is met het techno-vlechtwerk bedekt. Op veel plekken is de metaalachtige en bizar gevormde laag maar millimeters dik, andere gebieden zijn bedekt met meerdere lagen van vervlochten strengen en andere formaties. Het techno-vlechtwerk beweegt en vervormt zich permanent. Ook de lunaire koepelsteden zijn overwoekerd, bestaan nog wel. De Terranen ontdekken een opening waardoor ze Luna Town IV kunnen bereiken. Het techno-vlechtwerk zet zich voort in het binnenste van de schijnbaar verlaten stad met maar enkele strengen. Er zijn ook hybride metaal-plant objecten (techno-onkruid), die doen denken aan rollende doornstruiken, en meteen tot de aanval overgaan zodra een een mens nadert. Een enorme samenballing van kleine wezens bovenin de pantsertroplonkoepel verspreiden bioluminescent licht, als een kunstzon.

Shanda Sarmotte ontvangt de slechts gedeeltelijk verstandige gedachten van een wezen dat zichzelf Pyzhurg noemt. Het blijkt te gaan om een Onryonenkind die als bewaker dient voor slapende leeftijdgenoten. Als de kinderen ontwaken vallen ze de mensen aan. Shanda verneemt dat de kleine Onryonen panische angst hebben voor mensen. De kinderen worden geparalyseerd. Daarna vangt Shanda de gedachten op van een Lunaarse genaamd Quinta Weienater. De vrouw bereidt samen met twee kameraden een sabotage voor tegen de kunstzon. Rhodan is niet zeker welke kant hij moet kiezen. Wie is hier de agressor en wie het slachtoffer? Als Onryonse strijders en robots beide mannelijke saboteurs genadeloos doden en Quinta zwaar verwonden grijpt Rhodan in en bestrijdt de Onryonen. Quinta herkent Rhodan en verzoekt hem om een belangrijk persoon genaamd Pri Sipiera te vinden in de Maan-gevangenis Luna-city. Een blik op Quinta's horloge laat zien dat Luna wezenlijk meer tijd nodig had voor de terugkeer uit de anomalie als de rest van het Sol-stelsel. Op de Maan is het reeds 25 oktober 1572 NGT (lunaire tijd).

Rhodan neemt de nu comateuze vrouw mee naar de hoofdstad Luna-city. Voor een gevangenis heersen daar verbazend normale omstandigheden. Er zijn echter patrouillerende Onryonentroepen en bij velen daarvan horen klaarblijkelijk menselijke collaborateurs. De Terranen moeten voor zo'n patrouille vluchten. Een klein wezen met supergrote handen dirigeert Rhodan's groep naar een veilige schuilplaats. De dwerg heet Loolon en voert de kleine groep in de sublunaire complexen. Van Loolon verneemt Rhodan dat er in Luna-city een bewakingssysteem actief is, met het begrip securiteit, dat niets ontgaat. Loolon brengt Rhodan's groep naar het vroegere luxueuze hotel Lunafant, een steunpunt van het lunaire verzet. Rhodan ontmoet daar Pri Sipiera. De taaie kleine roodharige is de aanvoerster van het verzet. Ze is de in 1513 NGT (lunaire tijd) geboren dochter van de toenmalige veiligheidsafdelingschef Antonin Sipiera. Hij had destijds een dagboek bijgehouden over de gebeurtenissen na Luna's mislukte transfer.

1470 NGT: Luna bevond zich in een ondefinieerbaar, mogelijk hogerdimensionaal medium. De Lunaren hadden de indruk dat hun thuis door een eindeloze schacht stortte, met aan zijn wand hyperenergetische bliksems flitsen – daarmee was een naam gevonden voor de vermoedelijke omgeving van maar 400.000 kilometer in diameter. Bij pogingen om de schacht te verkennen gingen een sonde en een bemand ruimteschip verloren. De Maan werd door steeds sterker wordende en heftiger optredende bevingen geteisterd. Men nam aan dat deze bevingen het hemellichaam over enkele decennia uiteen zouden laten barsten. Op 23 april 1496 NGT (lunaire tijd) verscheen een 2100 meter in diameter, dieprood oplichtend bolruimteschip. Het was de ruimtevader TUUCIZ onder commando van de Onryoon Fheyrbasd Hannacoy. Hij beweerde dat zijn schip was gestrand in de schacht (die de Onryonen als n-dimensionale lateraal beschreven). Hij verzocht om asiel voor de bemanningsleden van de TUUCIZ. Bestuurster Leila Toran ging akkoord. De Onryonen stichtten de eerst alleen door hen bewoonde stad Iacalla op de 'donkere' kant van de Maan. Het lukte hen om contact te maken met negen andere Onryonenschepen, die zich eveneens in de schacht bevonden. Andere schepen volgden, totdat uiteindelijk 70.000 tot 100.000 Onryonen in Iacalla leefden. Langzamerhand vestigden zich daar ook mensen. In de volgende jaren werden zowel bij de mensen alsook bij de Onryonen steeds minder kinderen geboren. De Onryonen gingen ervan uit dat het mogelijk was om Luna in het standaarduniversum terug te plaatsen, daar de Maan nog duidelijk de normale structuur had van de vierdimensionale ruimtetijd. Ze maten ook ronddolende zwaartekrachtcentra in de schacht die voor de Maan-bevingen verantwoordelijk waren. Men noemde deze centra gravitatiezwervers. In 1511 NGT (lunaire tijd) werd voor het eerst weer een Onryonenkind geboren. Bij de Lunaren was het pas twee jaar later zover: Pri Sipiera werd geboren.


Nederlandse vertaling hoofdpersonen en samenvatting:

©®nelis van den Ende