Omgeving van de Charon-Wolk – februari tot juni 1344 NGT (4931 na Chr.)

  1. van de grootste science-fiction avonturenreeks in Nederland en België

  1. Perry Rhodan archief

 


Reeks

2300 - 2399


34e cyclus:

TERRANOVA


Klik op Perry hierboven om terug te keren naar de hoofdpagina


Klik hiernaast op een afbeelding

voor de uitvergroting


Klik op

< vorige en volgende >

om snel van pagina te wisselen


2309 • 1537    DE OGEN VAN CHARON


Hoofdpersonen: Atlan - De Arkonide heeft versterking nodig. Marc London - Een jongen heeft succes waar een ander het nooit is gelukt. Alysha Saronn - De ruimteschip-commandante moet leren hoe men met een onsterfelijke omgaat. Ain Cokkry - De ruimteschip-commandant moet leren hoe men motivatie kan opwekken.


Op de aarde en de planeten van de Melkweg schrijft men het jaar 1344 Nieuwe Galactische Tijdrekening - dit komt overeen met het jaar 4931 oude tijdrekening. Er lijkt een tijdperk van vrede en wetenschappelijk onderzoek te zijn aangebroken, maar dan worden deze verwachtingen plotseling de grond in geboord.

De eerste eenheden van de terminale colonne TRAITOR vallen de Melkweg binnen. Ze zijn afgezanten van de chaosmachten, die naar de galaxie grijpen en deze compleet uit willen buiten. Het lukt de Terranen wel, het voor het Solstelsel bedoelde colonnefort te vernietigen. Daarmee vormen ze echter de uitzondering. Overal in de Melkweg ontstaan colonneforten, zijn de huurlingen van de chaos werkzaam.

Tijdens de dagen van de crisis herinnert men zich de ontoegankelijke sterrenhoop Charon. Sinds bijna 13 jaar is hij terug in het standaarduniversum, maar tot nog toe heeft hij zijn geheimen bewaard. Nu echter dringt Atlan daarheen door. De Arkonide observeert de sterrenhoop - en hij wordt geobserveerd door de ogen van Charon ...



Samenvatting: in het centrum van de Melkweg - Atlan zoekt naar oeroude nalatenschappen.


Voor de start van de Ahandaba-karavaan had Gon-Orbhon de Terranen opmerkzaam gemaakt op de Charon-Wolk in het centrum van de Melkweg. Ze bevat maar 28 zonnen en was - net als de Sterrenoceaan van Jamondi - meerdere miljoenen jaren lang verborgen in een door HET gemaakte hypercocon. Daar scheen zich het vierdimensionale ruimte-tijd-continuüm in 'iets anders' te veranderen. Omdat het nog niemand was gelukt om in dat gebied door te dringen, wilde ook de Ahandaba-karavaan het niet proberen. Gon-Orbhon had medegedeeld dat in Charon het Charonii volk het Gouden-stelsel bewoonde. De Beschermheren hadden een net van bewakingssatellieten in Charon geïnstalleerd en daar het zeer waardevolle materiaal salkriet gewonnen. In april 1344 NGT vertrekt Atlan daarheen met een verband van twee 1500-meter grootte ruimteschepen, later sluit het 800-meter grootte ruimteschip AUBERG zich aan bij het kleine verband, die ingezet kan worden als koerierschip. Atlan’s schip is de VERACRUZ. Ook de Arkoniden zijn met enige zware eenheden bezig in de omgeving van de Charon-Wolk.

Een precieze verkenning van de sterrenhoop is niet mogelijk omdat hij door een soort wolk wordt omgeven, die men bij gebrek aan iets beters definieert als structuurgewervel. De wolk ziet er uit als wild wervelende sneeuwvlagen en verhindert elke peiling. Sondes, die naar het binnenste van deze zone worden gestuurd, worden in de kortste tijd volledig aan flarden gescheurd. Op enkele plaatsen vormen zich verdikkingen in het structuurgewervel, die op ogen lijken. Atlan neemt aan dat het hierbij gaat om schepen of iets dergelijks, die met het structuurgewervel in wisselwerking zijn. Daar hij het bestaan van psi-begaafde wezens vermoedt in het binnenste van Charon, verzoekt Atlan om de psi-correspondent Marc London. Deze arriveert, begeleidt door Hajmo Siderip, op 10 juni 1344 NGT met de AUBERG. De AUBERG brengt ook een Kantor-sextant mee, die in de VERACRUZ wordt ingebouwd.

Ook TRAITOR interesseert zich voor de Charon-Wolk. Twee schepen van de colonne-prospectors zijn ter plekke. Deze 1400-meter lange schepen, elk bestaande uit twee raketvormige eenheden en een verdikt middendeel, die zijn bemand door Haloeterachtige, meer dan 4,50 meter grote wezens uit het Charnaz Bakr volk, hebben de opgave om de afname mogelijkheid te bekijken van het salkriet als grondstof voor de terminale colonne. Ze vernietigen alle Arkoonse schepen met hun potentiaalwerpers en bouwen enorme gravitatievelden op, waarmee het hen daadwerkelijk lukt om het structuurgewervel binnen te dringen. In het binnenste van de Charon-Wolk worden ze echter aangevallen. Eén prospectorschip wordt vernietigd, het tweede ontkomt zwaar beschadigd.

Atlan, die deze gebeurtenis met behulp van de Kantor-sextant kan waarnemen, leidt persoonlijk een entering van het wrak.
De groep wordt door de Charnaz Bakr aangevallen - eigenlijk waren deze wezens bereid om zich over te geven aan de Terranen, maar door de hypno-suggestieve invloed van een colonne-motivator worden ze gedwongen om te vechten. Tevens zijn ze maar zwak bewapend en vormen ze voor Atlan’s mensen geen bedreiging. De Terranen moeten alsnog vluchten omdat de Charnaz Bakr de zelfvernietiging van hun schip in gang hebben gezet. Atlan maakt een geheugenkristal buit, waaruit blijkt dat de colonne-prospectors kennis hebben over salkriet. Meetresultaten duiden erop dat de reusachtige eenheden van de prospectors slechts sloepen moeten zijn geweest van veel machtiger dragerschepen.

Wat later krijgt Marc London een vaag contact met iets dat zich bevindt in het binnenste van de Charon-Wolk …

Charon-Wolk, kosmocraten, beschermheren van Jamondi en salkriet - welke verbanden bestaan er tussen deze begrippen? Atlan is niet de enige, die zich daar grondig mee bezig moet houden. Eén vraag echter overheerst er voor de Arkonide: is dit geheimzinnige salkriet nog steeds te vinden, en kan men het in de strijd tegen TRAITOR inzetten?

Het antwoord ligt in de sterrenwolk, die niet zo makkelijk toegankelijk is.


Oorspronkelijke titel: Die Augen von Charon

Auteur: Uwe Anton

Cover ©: Alfred L. Kelsner

Illustratie intern (Duits exclusief) ©: Michael Wittmann

Nederlandse vertaling: Hans van der Schoor


Nederlandse vertaling hoofdpersonen en samenvatting ©:

Cornelis van den Ende