Arphonie-sterrenhoop – 20 tot 28 september 1332 NGT (4919 na Chr.)

  1. van de grootste science-fiction avonturenreeks in Nederland en België

  1. Perry Rhodan archief

 


Reeks

2200 - 2299


33e cyclus:

DE STERREN-OCEAAN


Klik op Perry hierboven om terug te keren naar de hoofdpagina


Klik hiernaast op een afbeelding

voor de uitvergroting


Klik op

< vorige en volgende >

om snel van pagina te wisselen


2269 • 1449    DE DOODSGROEP


Hoofdpersonen: Atlan - De Arkonide wordt gekweld door nare voorgevoelens. Traver - De Shoziden-generaal wordt de mond gesnoerd. Rorkhete - Een eenzame Shozide zoekt erkenning. Shavate - De Shozidin belichaamd alle idealen van de doodsgroep. Tremoto - De dikke Shozide beschikt over een indrukwekkende vechtkracht.


Op de vlucht voor de cybernetische heerscharen begon Perry Rhodan zijn reis door het ineenstortende transportmedium van de AFSTANDSPOOR. De onderneming lukte, maar sindsdien is de bionische kruiser ZWAARD in de Arphonie-sterrenhoop gestrand, uitgerekend in het machtsgebied van de vijand.

Ook de Beschermvrouwe Carya Andaxi houdt zich hier op. Samen met haar vormen Rhodan, Atlan en de Motana's onder hun Stellaire Majesteit Zephyda de zogenaamde Alliantie van de Moraal.

Primair doel blijft de uitschakeling van Tagg Kharzani, de vijand in de schaduw. De verbondenen lukte reeds een eerste huzarenstukje: onder de ogen van de Kybbs kon het Paragonkruis opgespoord en tot zijn toetreding tot de alliantie bewogen worden.

Terwijl het Paragonkruis en Carya Andaxi echter eerder op spiritueel en mentaal gebied behulpzaam zijn, ontbreken tot nog toe strategische informaties. Om deze te verkrijgen, breekt Atlan op - en met hem de doodsgroep …



Samenvatting: Rorkhete in actie - samen met de elite der Shoziden.


Atlan en generaal Traver zijn met drie Shozide T-kruisers midden in vijandelijk gebied onderweg om informatie over de militaire sterkte van Tagg Kharzanis's troepen te verkrijgen. Ze willen proberen om een strategische sterrenkaart te bemachtigen. De T-kruisers stoten door tot in het Kher-stelsel, dus tot het hart van Kharzanis's rijk - daar zijn de kansen om een belangrijke aanwijzing uit het radioverkeer op te vangen het grootst. Inderdaad wordt een bericht onderschept waaruit blijkt dat in het Ashaween-stelsel een Kybb-ruimtefort is zonder bescherming van vijandelijke strijdkrachten, vooral geen Kybb-Titanen. Dit fort is daarom het perfecte doel. Bovendien benut Traver het korte oponthoud in het Kher-stelsel om Atlan te tonen dat het gehele zonnestelsel door een kunstmatige stofmantel is omgeven die generlei peiling toelaat. Wat zich werkelijk in het binnenste van de gigantische stofwolk bevindt blijft dan ook volledig onduidelijk.

Voor de aanval op het ruimtefort worden landingstroepen ingezet. Dit werk wordt gedaan door de doodsgroep, een hechte gemeenschap van 80 van de beste en hardste Shoziden strijders (en strijdsters), die zichzelf graag als 'de ijzeren' betitelen. De ijzeren leven alleen voor de strijd. Vrije tijd is er niet voor ze - tussen de acties wordt er eindeloos getraind en daarbij gaat het er meer dan hard aan toe. Nieuw, maar vooralsnog niet als volwaardig lid geaccepteerd van de doodsgroep, is Rorkhete. De voormalige nomade had zich als verstekeling op Atlan's T-kruiser ELEBATO verborgen om aan zijn lot als fokstier te ontkomen en was daardoor toevallig bij de doodsgroep terecht gekomen. Zijn martiale soortgenoten hebben bij hem zoveel bewondering afgedwongen dat hij net zo lang bij de leiding blijft aandringen tot men hem bij de ijzeren laat mee trainen. In de daarop volgende dagen, terwijl de ELEBATO met haar beide zusterschepen in het Kher-stelsel en daarna naar het Kybb-ruimtefort vliegt, beleeft Rorkhete bij de ijzeren vooralsnog de zwaarste beproeving in zijn levend. Uiteindelijk leert hij daarvan en kan hij ook wat respect verdienen. Hij mag dan ook aan de aanval op het fort deelnemen.

De doorstoot aan het begin verloopt goed ondanks de heftige weerstand van de Kybb. De Shoziden hebben maar weinig uitval te beklagen en ook de hoofdcomputer van het station kan worden gekraakt. Inderdaad is daar precies de gezochte informatie opgeslagen. Maar dan overbelasten de Kybb onopgemerkt een fusiereactor om het station te laten ontploffen, wat tevens voor de in de buurt zwevende T-kruisers de ondergang zal zijn. Nog net op tijd komt Rorkhete dit voornemen op het spoor. Helemaal alleen houdt hij de Kybb lang genoeg op tot er versterking arriveert. Daarbij raakt hij echter zwaar gewond en is vanwege deze heldendaad meteen een volwaardig en gerespecteerd lid van de doodsgroep.

Op het moment dat de drie T-kruisers zich uit de voeten willen maken duiken er twintig cilinder-discussen op van de Kybb. Deze bedreiging kunnen de T-kruisers wel aan maar helaas
veroorzaakt deze hoeveelheid schepen grote energie emissies waardoor twee Hyperdimo's worden aangetrokken. Één van de gigantische wezens stort zich op de cilinder-discussen en de tweede zet direct koers naar de ELEBATO die niet meer kan ontsnappen en naar de hyperruimte wordt weggestraald. Als de beide andere T-kruisers op Grijzigst terugkomen hebben ze derhalve naast de strategische sterrenkaarten ook een treurig bericht te vertellen: Atlan is vermoedelijk dood! Als tijdstip van overlijden wordt 27-09-1332 NGT, 03:08 uur, aangenomen. Er is tevens nog een andere onheilstijding: de Kybb hebben de planeet Silhoos, één van Carya Andaxi's schaduwstaat-werelden, vernietigd …

Atlan is dood? Niemand, die de avonturen van de onsterfelijke Arkonide al die tijd gevolgd heeft, kan het zich voorstellen. Perry Rhodan weet echter precies hoe genadeloos de macht, die men als 'noodlot' zou kunnen beschrijven, soms toeslaat …

Maar zelfs als de Arkonide - door welke omstandigheid dan ook - het overleefd zou hebben: hij is nu niet beschikbaar. De verdediging van Grijzigst is aan de orde. Daar heeft men weliswaar met de Motokloon 109 een waardevolle bondgenoot uit Tagg Kharzani's leidende elite aan hun kant, maar dat alleen kan te weinig zijn.


Oorspronkelijke titel: Die Todesgruppe

Auteur: Horst Hoffmann

Cover ©: Swen Papenbrock

Illustratie intern (Duits exclusief) ©: Swen Papenbrock

Nederlandse vertaling: Hans van der Schoor


Nederlandse vertaling hoofdpersonen en samenvatting ©:

Cornelis van den Ende