Shoz, aan boord van het ZWAARD – 1332 NGT (4919 na Chr.)

  1. van de grootste science-fiction avonturenreeks in Nederland en België

  1. Perry Rhodan archief

 


Reeks

2200 - 2299


33e cyclus:

DE STERREN-OCEAAN


Klik op Perry hierboven om terug te keren naar de hoofdpagina


Klik hiernaast op een afbeelding

voor de uitvergroting


Klik op

< vorige en volgende >

om snel van pagina te wisselen


2228 • 1408    DE BIONISCHE KRUISER


Hoofdpersonen: Perry Rhodan - De Terraan barst in het zweten uit en handelt in ontbloot bovenlijf. Atlan - De Arkonide houdt het hoofd koel. Zephyda - De Epha-Motana blijft beheerst ondanks haar warme gevoelens. Selboo - Een Motana-man worstelt met verboden gevoelens.


In het jaar 1332 NGT is de toestand in de Melkweg zo precair, als lang niet meer is voorgekomen: Hoewel het Kristalimperium en de Liga voor Vrije Terranen in de Hayok- sector elkaar in een broze vrede hebben gevonden, is het iedereen duidelijk dat het hier slechts om het winnen van tijd kan gaan.

Perry Rhodan en Atlan, twee van de prominentste persoonlijkheden van de galaxie, weten niets van alle gebeurtenissen; ze bevinden zich nog wel in de Melkweg, maar in een eraan onttrokken ruimte, de 'Sterrenoceaan van Jamondi'.

Bij hun onderzoeken rest de beide mannen nog maar weinig tijd: samen met de geheimzinnige nomade Rorkhete zijn ze op de vlucht voor een cybernetische beschaving van Jamondi, de Cybb-Cranars.

Samen met enkele, van de op mensen lijkende Motana's ontdekken ze een eeuwenoud artefact van dit volk. Het is de bionische kruiser ...



Samenvatting: Motana in de ruimte – een doodsbrenger zoekt zijn bestemming.


Diep onder de vesting van Shoz, al onder het wateroppervlak, ontdekt de laatste Shozide Rorkhete in een hangar een bionische kruiser. Deze kruiser is onder de Motana, eigenlijk onder alle volkeren van de Sterrenoceaan, een legende. Men dacht dat er geen bionische kruisers meer bestonden want de laatste werden, volgens de legendes, in de Bloednacht van Barinx door de cybernetische volkeren vernietigd.

Als de Shozide Perry Rhodan, Atlan en Zephyda het schip toont, reageert het schip op het gezang dat de Motana aanheffen en opent een sluis. Bij Rhodan's poging om het schip te betreden wordt hij door een stootveld teruggeworpen. De boordcomputer, die zichzelf Echophage noemt, weigert Rhodan en Atlan de toegang. Rorkhete en Zephyda wil hij echter wel toelaten. Tussen de Motana herkent Echophage zelfs meteen een Epha-Motana en accepteert haar als de commandante. Op Zephyda's uitdrukkelijke bevel mogen ook Perry en Atlan het schip betreden. De bionische kruiser, die overeenkomsten heeft met een aardse reuzenmanta, is circa 140m breed en 70m lang.

De vier onderzoeken eerste de kruiser. Deze bezit geen aandrijving of stroomgeneratoren. Volgens Echophage wordt hij door de psionische kracht van de Epha-Motana aangedreven. Zijn energie verkrijgt hij via zijn vleugels door osmotische kracht vanuit het psionische net van de hyperruimte.

Als Perry Echophage ontdekt, stelt deze zich wat terughoudend op. Op de vragen van Rhodan, wat Echophage voor een soort computer is, zegt deze dat ze een biotroniek is. Echophage vraagt Perry naar zijn aura dat op het aura van de Beschermheren van Jamondi lijkt. De Biotroniek vermoedt derhalve dat Rhodan en Atlan bedriegers zijn.

Nadat ze het schip hebben doorzocht informeert Zephyda bij Echophage of de kruiser inzetbaar is, wat de biotroniek ietwat beledigd bevestigd. Zepyhda geeft het schip de naam ZWAARD en besluit om de andere Motana te halen.

Nadat de vier metgezellen de resterende Motana erbij hebben gehaald stelt de boordcomputer vast dat er voldoende bemanningsleden aanwezig zijn, alleen een verbinder is niet aanwezig. Ook stelt Echophage vast dat er zowel een helper als ook een doodsbrenger aanwezig zijn. Hun namen kan hij echter niet noemen omdat deze personen uit zichzelf naar voren moeten treden om het werk op zich te nemen.

De Motana zijn zeer geschokt want doodsbrengers worden beschouwd als iets wat hun naam letterlijk uitdrukt. Ook verklaart Echophage dat alleen de doodsbrenger de paramag-geschut kan bedienen. Voor als nog treden de beide speciale Montana niet naar voren.

Selboo beseft zelf dat hij de doodsbrenger is, maar hij wil het nog niet toegeven. Epasarr zal de helper worden.

Ondanks de afwezigheid van de speciale Motana start Zephyda een eerste testvlucht, die hen zelfs tot in de hyperruimte brengt. Hoewel slechts 2,2 lichtjaar in een half uur is afgelegd is iedereen toch tevreden.

Tijdens verdere tests begeeft Epasarr zich naar de biotroniek en verklaart deze dat hij de nieuwe helper is. Perry Rhodan, Atlan, Rorkhete en Zephyda bespreken mogelijke doelen. Zephyda wil de cybervolkeren aanvallen maar Rhodan doelt op Lotho Keraete die nog steeds onder het eeuwige ijs op Baikhal Cain ligt. Op grond van deze feiten stellen ze het nabij gelegen Cain-stelsel als doelwit vast.

Tijdens een droom verschijnt bij Perry opnieuw de Mediale Schildwacht, ze verklaart dat ze in haar tempel op haar bevrijder wacht. Tevens vraagt ze aan Rhodan of hij een Ridder van de Diepte is.

Selboo neemt Atlan in vertrouwen en deze geeft hem te verstaan dat hij zijn taak op zich moet nemen.

Bij verdere prestatietests blijkt dat de maximale sneller dan licht factor bij 50.000 ligt maar bij navraag geeft de biotroniek Echophage als antwoord dat de voormalige sdl-factor bij 176 miljoen en daarboven lag. Of deze drastische snelheidsvermindering aan de hyperimpedantie of aan de onervarenheid van de nieuwe bemanning ligt blijft onduidelijk.

Bij een tussenstop in de normaalruimte ontvangt het ZWAARD een noodoproep van de SCHINTONG, een ruimteschip van de handelaars Besch. De Besch zijn een amfibieën ras die nagenoeg het handelsmonopolie bezitten in de Sterrenoceaan van Jamondi. Hun schip is met positronische uitval gestrand in de ruimte. Zephyda, Perry, Atlan en Rorkhete stappen over naar het handelsschip en onderhandelen over de reparatie met de commandant van het schip. Voor de reparatie aan de positron krijgen ze de planetencatalogus van de Besch, een sterrenkaart van Jamondi, die naar verluidt niet eens in het bezit is van de Kybb.

Nadat de reparatie is voltooid overhandigd de Besch de planetencatalogus en benadrukt hij voor het afscheidt nogmaals dat de Besch aan de kant van de Motana staan, maar dit natuurlijk niet openlijk kunnen tonen.

De handelaars Besch trekken weer verder en Zephyda besluit naar Baikhal Cain af te reizen, ook zonder de doodsbrenger. Bij de laatste actiebespreking brengt ze naar voren wat voor iedereen duidelijk is en wat iedereen ook heimelijk denkt. Ze vraagt aan Selboo zelf of hij de doodsbrenger is. Deze ontkent opnieuw, tegen beter weten in. Ook Echophage laat zich tot geen uitspraak verleiden. Desondanks vliegt Het ZWAARD naar het Cain-stelsel.

In de buurt van de vierde planeet aangekomen stellen de peilsystemen vast dat geen Kybb-Cranar-schepen in het stelsel onderweg zijn. Meer dan vierduizend eenheden worden op Baikhal Cain geregistreerd en de meesten hebben bij Baikhalis een noodlanding gemaakt. Zephyda vliegt op grond van deze waarden direct door naar Baikhal Cain. Met een riskante manoeuvre brengt ze het ZWAARD tot vlakbij het planeetoppervlak om Perry's voornemen uit te voeren om Lotho Keraete te bergen. Atlan, Rorkhete en Selboo proberen om de Bode van HET te bergen terwijl de Kybb-Cranar twaalf schepen laten opstijgen, waarvan het doel overduidelijk het ZWAARD is. Op het laatste moment kan Atlan door een vuistslag Selboo er toe brengen om de geschutszetel te bemannen zodat de Kybb worden neergeschoten. Met Keraete aan boord vertrekt het ZWAARD naar het Ash-System, terug naar haar hangar onder de vesting van Shoz.

Voor de sterrencatalogus van de Besch - naast de bionische kruiser de tweede waardevolle ontdekking in het verre Jamondi - staat binnenkort een ontraadseling te wachten. Die gegevens worden al generaties lang via het bloed van de Besch beschermd, want ze bevatten menig geheim, misschien zelfs de laatste toevlucht van de Motana.


Oorspronkelijke titel: Der Bionische Kreuzer

Auteur: Robert Feldhoff

Cover ©: Ralph Voltz

Illustratie intern (Duits exclusief) ©: Michael Wittmann

Nederlandse vertaling: H. Jong


Nederlandse vertaling hoofdpersonen en samenvatting ©:

Cornelis van den Ende